Hemelwaterafvoer voert het regenwater dat op je dak valt gecontroleerd af naar het riool, een regenton of de tuin. Zonder een werkend afvoersysteem loopt water langs de gevel naar beneden, trekt het in het metselwerk en verzamelt het zich rond de fundering. Een compleet systeem bestaat altijd uit drie delen: een opvangpunt op het dak, een verticale leiding langs de gevel en een aansluiting op maaiveldniveau.
Welke onderdelen je nodig hebt, hangt vooral af van het daktype. Bij een schuin dak vangt de goot het water op en stroomt het via een gootuitloop de regenpijp in. Bij een plat dak loopt het water over het dakvlak naar een dakafvoer, met een noodoverloop als tweede uitweg. De verbindende onderdelen zijn in beide gevallen vergelijkbaar: buizen, bochten, T-stukken, verloopstukken en beugels.
Bij BAUHAUS vind je zowel losse onderdelen als de complete opbouw voor beide daktypen, in kunststof, zink en aluminium. Je koopt per stuk bij, zodat je een bestaand systeem uitbreidt of repareert zonder meteen de hele afvoer te vervangen. Ook de hulpstukken en het gereedschap voor de montage liggen in hetzelfde schap.
Een afvoersysteem doet meer dan water wegleiden. Het houdt de gevel droog, voorkomt uitspoeling van het grondwerk langs het huis en beschermt de dakconstructie tegen langdurige belasting door staand water. Hoe dat systeem eruitziet, verschilt per dakvorm en per gebouw.
Op een schuin dak stroomt het water vanzelf naar de dakrand, waar de dakgoot het opvangt. De goot ligt met licht afschot naar de gootuitloop, meestal in de orde van één tot drie millimeter per meter goot. Dat is genoeg om het water te laten lopen en zo weinig dat de goot vanaf de grond nog recht oogt. Vanaf de uitloop of vergaarbak gaat het water via een bocht naar de verticale regenpijp langs de gevel. Onderin volgt opnieuw een bocht naar het riool, een infiltratiekoffer of een regenton.
Een plat dak ligt nooit helemaal vlak. Het dakvlak wordt op afschot gelegd richting de afvoerpunten, zodat er na een bui geen water blijft staan; in de vakrichtlijn voor gesloten dakbedekkingssystemen wordt daarvoor een afschot van minimaal zestien millimeter per meter aangehouden. De regenwaterafvoer van een plat dak begint bij een dakafvoer of hemelwaterafvoerput in het dakvlak, die via een leiding onder of langs de constructie naar buiten gaat. Daarnaast hoort er een noodoverloop te zitten: een doorvoer door de dakrand of opstand die pas water gaat voeren als de gewone afvoer verstopt raakt. Vaak wordt daarvoor een tapeind gebruikt, een recht buisstuk dat door de dakrand steekt en zichtbaar naar buiten loost. Dat is bewust zo, want een druppelende noodoverloop is het signaal dat de hoofdafvoer aandacht nodig heeft.
Bij een carport, tuinhuis of garage is het aangesloten dakoppervlak klein en volstaat een enkele, smalle afvoer. Wil je het water hergebruiken, dan plaats je een regentonaansluiting in de valpijp. Die vult de ton tot het niveau van de aansluiting en laat de rest gewoon doorlopen naar het riool, zodat de ton bij een lange bui niet overstroomt.
Bij BAUHAUS vind je de producten om jouw hemelwaterafvoer compleet te maken.
Begin bij het dak, want dat bepaalt de rest van het systeem. Een schuin dak vraagt om een goot met uitloop; een bakgoot hangt aan de dakrand of ligt op de gootklossen, een mastgoot is halfrond. Een plat dak vraagt om een dakafvoer in het dakvlak plus een noodoverloop op een hoger punt. Weet je het opvangpunt, dan ligt ook de route naar beneden grotendeels vast.
De benodigde doorsnede volgt uit het dakoppervlak dat op dat ene afvoerpunt loost, niet uit de grootte van het huis. Hoe meer vierkante meters dak op één leiding uitkomen, hoe ruimer de diameter moet zijn om een stevige bui te verwerken. Voor een tuinhuis of overkapping is een smalle buis voldoende, voor het hoofddak van een woning reken je op een ruimere doorsnede. Bij grotere platte daken is het gebruikelijk om het oppervlak over meerdere afvoerpunten te verdelen in plaats van alles door één leiding te sturen; dat beperkt ook de gevolgen van een verstopping. In Nederland rekent NEN 3215 hiervoor met een vaste ontwerpbui, zodat leidingen ook een hevige piekbui aankunnen.
Kunststof is de meest gekozen optie voor hemelwaterafvoer: pvc is licht, corrodeert niet en laat zich eenvoudig verwerken. Zink en titanzink passen bij oudere gevels en verweren tot een matgrijze laag. Aluminium is licht en kleurvast en komt vaak voor in antracieten uitvoeringen die aansluiten op moderne kozijnen. Kies bij voorkeur binnen één systeem, want de mofmaten en steunen van verschillende fabrikanten zijn niet altijd uitwisselbaar.
Teken de route van dakrand tot rioolaansluiting en tel per stap wat je nodig hebt: bochten bij elke richtingsverandering, een verloopstuk bij elke maatovergang en een T-stuk waar leidingen samenkomen. Reken vervolgens de beugels mee. Als richtlijn zit er ongeveer anderhalve tot twee meter tussen twee beugels, met altijd een beugel direct onder een mof, zodat het gewicht op de verbinding niet gaat trekken.
Pvc-onderdelen worden gelijmd of met een rubber manchetring verbonden. Lijmverbindingen zijn permanent en waterdicht en gebruik je op leidingdelen die je niet meer wilt demonteren. Ringverbindingen zijn droog te monteren, laten de buis in de lengte werken bij warmte en koude en zijn later weer los te halen. Kijk dus vooraf welk type mof op het onderdeel zit, want beide systemen komen naast elkaar voor.
Sluit de afvoer aan op het riool, op een infiltratievoorziening in de tuin of op een regenton. Loost de pijp op de tuin, houd dan afstand van de gevel en leid het water weg van de fundering. Zit er een aansluiting op de vuilwaterriolering, dan hoort daar een sifon of stankslot tussen om rioollucht uit de leiding te houden.
Martens maakt kunststof afvoersystemen voor hemelwater en riolering en levert vrijwel het complete traject: buizen, bochten, T-stukken, verloopstukken, gootuitlopen, bakgoten, beugels, bladvangers en reinigingsonderdelen. Doordat de onderdelen op elkaar zijn afgestemd, sluiten mof en spie-eind zonder tussenstuk op elkaar aan en hoef je niet per onderdeel te controleren of een maat past.
Naast Martens vind je onder meer Eslon voor kunststof regengoten en bijbehorende beugels, en Sarei voor valpijpen in zink, titanzink en gemoffeld aluminium. Die metalen pijpen gebruik je waar het zicht meetelt of waar je een bestaande zinken afvoer in dezelfde uitstraling wilt aanvullen.
Zaag pvc-buis haaks af en ontbraam de snijkant met een mes of vijl, zodat er geen bramen achterblijven die vuil vasthouden of de rubberring beschadigen. Bij een lijmverbinding maak je beide vlakken vet- en stofvrij, breng je pvc-lijm uit het assortiment bouwchemie gelijkmatig aan op het spie-eind en druk je de delen in één beweging in elkaar. Bij een ringverbinding gebruik je glijmiddel en schuif je de buis eerst helemaal in de mof, om hem daarna een klein stukje terug te trekken. Die ruimte vangt de lengteverandering op die pvc bij warmte en koude ondergaat.
De bevestiging aan de gevel bepaalt hoe lang de afvoer strak blijft zitten. Boor in metselwerk bij voorkeur in de steen en niet in de voeg, en gebruik pluggen en schroeven die bij de ondergrond passen; op houten gevelbekleding schroef je in het regelwerk erachter, niet alleen in de beplanking. Houd de pijp met de beugels een paar centimeter vrij van de gevel, zodat er lucht achterlangs kan en de muur droog blijft. Zet één beugel als vast punt onder de bovenste mof en laat de overige beugels de buis dragen zonder te klemmen; klem je alles vast, dan bouwt spanning zich op en kan een mof gaan lekken.
Voor onderhoud geldt: twee keer per jaar de goot en de instroom leeghalen, meestal in het najaar na de bladval en in het voorjaar. Controleer daarbij of de bladvanger nog vrij ligt en of de mossen op het dak zich niet in de uitloop verzamelen. Een verstopping in de valpijp haal je meestal los met een pijpborstel of veer via de bovenkant of via een inspectiedeksel. Loopt de goot over terwijl de pijp vrij is, controleer dan het afschot en de gootbeugels, want een doorgezakte goot houdt water vast en dat vriest in de winter op.
De diameter volgt uit het dakoppervlak dat op die ene afvoer loost, niet uit de grootte van het gebouw. Hoe meer vierkante meters dak op één leiding uitkomen, hoe groter de doorsnede moet zijn om een piekbui te verwerken zonder dat de goot overloopt. Voor een tuinhuis, carport of kleine aanbouw is een smalle buis voldoende, terwijl het hoofddak van een woning een ruimere maat vraagt. Bij twijfel is het beter om het dakoppervlak over meerdere afvoerpunten te verdelen dan om alles door één leiding te sturen.
Bij regenwaterafvoer op een plat dak wordt het dakvlak op afschot gelegd, zodat het water naar een of meer dakafvoeren in het dakvlak stroomt. Vanaf die afvoer gaat het water via een leiding door of langs de constructie naar het riool of de tuin. Daarnaast hoort er altijd een noodoverloop te zitten, meestal een tapeind door de dakrand of de opstand, die hoger ligt dan de gewone afvoer. Raakt de hoofdafvoer verstopt, dan loost het water zichtbaar via die noodoverloop naar buiten in plaats van dat het op het dak blijft staan en de constructie belast.
Zaag de buis haaks af, ontbraam de snijkant en maak zowel het spie-eind als de binnenkant van de mof vet- en stofvrij. Breng daarna pvc-lijm gelijkmatig in de lengterichting aan op het spie-eind en schuif de delen in één vloeiende beweging volledig in elkaar, zonder te draaien. Houd de verbinding kort vast tot de lijm pakt en verwijder overtollige lijm meteen. Let op dat hemelwaterafvoer van pvc ook met rubber manchetringen kan worden verbonden; die uitvoeringen lijm je niet, maar monteer je droog met glijmiddel.
Een dakgoot loopt licht af richting de gootuitloop, gebruikelijk in de orde van één tot drie millimeter per meter goot. Dat is genoeg om het water in beweging te houden en zo weinig dat de goot vanaf de grond nog recht lijkt te hangen. Zit er te weinig afschot in, dan blijft er water in de goot staan, wat leidt tot vuilophoping, algengroei en in de winter tot ijsvorming. Meet het afschot met een lange rei en een waterpas over de volle gootlengte, en niet alleen tussen twee beugels.
Dat kan met een regentonaansluiting die je in de verticale valpijp plaatst. Je zaagt een stuk uit de pijp, monteert de aansluiting ertussen en verbindt hem met een slang aan de ton. De aansluiting vult de ton tot het niveau van de doorvoer en laat het overige water gewoon doorstromen naar beneden, zodat de ton bij een lange bui niet overloopt. Plaats de aansluiting op een hoogte waarop je de ton nog met een gieter of kraan kunt legen, en tap de ton in de winter af om vorstschade te voorkomen.
Alles voor jouw dak vind je bij BAUHAUS. Naast losse buizen, bochten, beugels en gootuitlopen ligt er ook dakbedekking voor het dakvlak zelf, zodat je een plat dak in één werkgang waterdicht maakt en aansluit op de afvoer. Voor de weg die het water aflegt nadat het de gevel heeft verlaten, kijk je bij afwatering en drainage met putten, drainagebuis en infiltratiemateriaal. Werk je aan de goot zelf, dan vind je de steunen, verbindingsstukken en afsluitkappen bij dakgoten toebehoren.